voor 1625 tot na 1643 Ite (IJte, Itien) Brants en Gertien Garbrants
Van Itien Brants, die als meier van Zuiderweg 11 op het zijlschotoverzicht van 1625 voorkomt is wel het e.e.a. te vinden. De omvang ervan is dan ten opzichte van 1579 afgenomen tot 31 grazen. Vermoedelijk zijn deze 7 grazen verkocht aan Oldijk 12, dat in die tijd een boerderij werd (zie vorige episode). Itien Brants was getrouwd met Gertien Garbrants.
Op het verpondingsoverzicht van 1630 heeft Itien nog steeds 31 grazen, waaruit blijkt dat hij op dat moment geen land buiten de grenzen van Ezinge heeft, want dan zou het aantal grazen hoger zijn.
In 1631 werd hij aangeslagen voor zijlschot (Aduarderzijlvest) over nog steeds 31 grazen; hier heet hij Itijn Brants.
In 1635 kocht Itien Brants met zijn vrouw het blote eigendom van zijn land en was dus vanaf dan zowel (blote) eigenaar als gebruiker ervan:
Claes Cornelis Boom, mede namens volmacht d.d. 29 april 1635 te Zwolle voor zijn vrouw Hilletien Peters Pauw, Philips van Bemmel, en mede namens Geesien zijn vrouw, met Lambert Hinderix Soevensteeren, voormond, Berent Hindricx Soevensteeren en Jacob Fransen, voogden over wijlen Peter Hindricx Pauw en Grietien Fransen (gew.ehel.) hun nagelaten twee onmondige kinderen, verkopen aan Itie Brants en Gertien (ehel.) 31 grasen land te Ezinge, zoals kopers gebruiken. Hebbende 20 grasen Willem Grabbens ten noord-oosten en oosten, ten zuiden Berent Folckers, ten noordwesten de provincielanden. De andere 11 grasen hebben ten noorden, zuiden en westen Willem Crabbe, ten oosten d’Heere Goraiskij.
(IIIx 16 fol.304v - 8 mei 1635 - 3 juni 1637)
Blote eigenaar waren op dat moment dus de erven van Peter Hindricx Pauw en Grietien Fransen. Dit echtpaar had waarschijnlijk 11 kinderen, waarvan er 5 het blote eigendom van Zuiderweg 11 hadden geërfd:
- Hilletien Peters Pauw. Zij huwde op 13 maart 1630 met Claes Cornelis Boon (Boom)
- Geesien Peters Pauw. Zij huwde met Philips van Bemmel op 13 mei 1632
- Gr(i)etien Peters Pauw. Was rond 1636 nog ongehuwd, jongedochter
- Hindrick Peters Pauw. Was rond 1636 nog minderjarig (Lambert Hinderix Soevensteeren, voormond, Berent Hindricx Soevensteeren en Jacob Fransen, voogden)
- Eisse Peters Pauw. Was rond 1636 nog minderjarig (zie verder Hindrick Peters, idem).
Jacob Fransen was een broer van Grietien Fransen, de vrouw van Pieter Hendricx Pauw. Lambert Hindricx Soevensteeren was de oudste broer van de minderjarige kinderen. De andere voogd Berent Hindricx Soevensteeren heb ik niet kunnen vinden maar is ongetwijfeld ook familie. De families Pauw en Soevensteeren (zeven sterren) waren vernoemd naar de herberg “De Gouden Pauw” en het gebouw waar het uithangbord “De Soevensteeren” hing, maar het was dus dezelfde familie.
Grietien Peters Pauw, de ongehuwde meerderjarige dochter van Peter Hindricx Pauw en Grietien Jansen droeg haar deel een jaar later over aan Ietien Brants en zijn vrouw:
Henricus Conradi, met volmacht van de dochter Grietien Peters Pauw, onder het zegel van Borgemester en Schepenen van Zwolle, verkoopt aan Idtien Brants 1/5 deel van zodanige landerijen zoals Grietjen Peters Pauw met haar broers en zusters van haar moeder hebben geërfd te Ezinge, waarvan Idtijen Brandts 4/5 deel van zijn broers en zusters door erfkoop heeft verkregen volgens verzegeling d.d. 8 mei 1635.
IIIx 16 fol.307 - 24 december 1636 - 3 juni 1637
Uit de eerste vermelding blijkt dat het gaat om twee stukken land, 20 grasen en 11 grasen.
Bij de 11 grasen wordt aangegeven dat het ten noorden, zuiden en westen grenst aan Willem Crabbe, dat is Zuiderweg 6.
Rond 1786 werd het land van Zuiderweg 11 verkocht aan Zuiderweg 5.
Voor 1830 waren er ondermeer een paar stukken land eigendom van Zuiderweg 5, die voldeden aan de situering van de 11 grasen zoals aangegeven in de vermelding, namelijk ten noorden, zuiden en westen van Zuiderweg 6:
Hisgis situatie van voor 1830
Het stuk land met nummer 1 (F305) was groot 2ha77a70ca en nummer 2 (F306) 1ha87a20ca. Als ik daar het perceel nr. 3 (F307) groot 92a30ca bij optel dan kom ik in totaal op 5ha57a20ca uit, omgerekend 11 grasen. Het is en blijft een aanname, maar ook gezien het feit, dat er kennelijk een weggetje heeft gelopen ten zuidwesten van perceel 2 is het niet ondenkbaar dat dat een toegangsweg was voor Zuiderweg 6 naar de achter de percelen 1 en 2 liggende landerijen van Zuiderweg 6. Mogelijk had Zuiderweg 6 al eerder perceel 3 gekocht van Zuiderweg 11.
De eerdergenoemde 20 grasen lagen om en nabij Zuiderweg 11 zelf. Zoals in de vermelding werd geschreven lag dat land ten noord-oosten, oosten van het land van Zuiderweg 6. Op onderstaand kaartje waren voor 1830 percelen 8, 9 en 10 van Zuiderweg 6. De percelen 1 tm 6, 20 en 23 waren van Zuiderweg 5 of zoals ik aanneem eerder van Zuiderweg 11. De situatie van die landerijen klopt dan met de beschrijving in de vermelding. Het totaal van deze stukken land is ruim 10ha of te wel zo’n 20 grasen.
Hisgis situatie van voor 1830
Mijn conclusie van de situering van de 31 grasen van Zuiderweg 11 is dan ook in geel gekleurd als volgt:
Hisgis situatie van voor 1830
Zoals hierboven beschreven kochten Itien Brants en zijn vrouw, die al meier waren van de toenmalige 31 grasen van Zuiderweg 11, het blote eigendom van hun land en boerderij van de familie Pauw.
Itien betaalde echter de koopschat van 1900 en enige guldens niet, zodat hij door Lambert Hindricx Soevensteeren (7-steeren) als medevoogd over de nagelaten minderjarige kinderen van wijlen Peter Hindricx Pauw en Grietien Fransen werd gedaagd:
In saken Lambert Hindricx 7-steeren voormont, verdaget hebbende Idtien Brants toe Esinge om betalinge van 1900, en eenige gl verschenen coopschats penn ...
(HJK 867, Fol. 169v, Saturni den 28 Maij 1636)
Daarop verkochten Itien Brants en Geertien Garbrants het blote eigendom aan drie zussen, Rixste Jacobs, Elssien Jacobs en Engeltien Jacobs:
IIIx 16 fol.306 - 18 juni 1636 - 3 juni 1637 (vertaald):
Itien Brants en Geertien Garbrants (ehel.), te Ezinge, verkopen aan Rixste Jacobs, Elssien Jacobs weduwe Hoendricx, en Engeltien Jacobs, zijnde drie zusters, te Groningen, 31 grasen beklemd land onder de behuizing te Ezinge. Koopsom niet vermeld.
Borgen: Johan Vechters, mede namens zijn vrouw Anna, op Den Ham bij Aduard, en Jantien Remmerts, met Claes Cornelis, op Den Ham.
Intussen had Itien Brants zijn koopsom aan de familie Pauw nog niet voldaan, zodat hij opnieuw door Lambert Hindricx werd gedaagd:
In saken Lambert Hindricx 7steern voormont verdaget hebbende Idtien Brants toe Esinghe om sijn coopschats penn in rechts handen te brengen, om beschrivinge daerover te laten passeren (HJK 867, Fol. 190v, Saturni den 18 Junij 1636)
Ene Berent Jansen in de Pluin had nog een vordering op de overleden Peter Hindricx Pauw. Hij claimde 47 Caroli guldens(cargls) van de koopschatpenningen, die Itien Brants moest betalen:
Berent Jansen in de Pluin C den heere Br Bartelt Wicheringe mede hooftman op 47 carls gl van Idtien Brants coopschats penn wegen eenige van Peter Hindricx kinderen vercofte landerijen in r[echts] handen opgebracht (HJK 867, Fol. 204, Saturni den 2 Julij 1636)
“Bartelt Wicheringe als mede hoofdman suggereert dat het land “bij de keerse“ verkocht is en dat de koopschatspenningen in rechtshanden zijn opgebracht. Met andere woorden, het was geen gewone verkoop” (Gert Schansker).
Er was heel wat te doen over koop en verkoop van Itien Brandts van Zuiderweg 11 zoals blijkt uit de volgende vermeldingen van de Hoge Justitie Kamer. Het had vooral te maken met crediteuren van de verkopers van Zuiderweg 11 aan Itien Brandts:
Idtien Brants toe Esinge C Eundem ten einde hij sulcke penn als hij ter instantie en profijt van Lambert Hindricx 7-steeren mit consorten in qlte bij sijn e in r[echts] handen heeft gebracht tot dat Gretien Peters Pauw die coop van de vercofte 31 grasen voor haer quota mede belijet en hij also genoechsame versegelinge van dien sal hebben becomen (HJK 867, Fol. 204v, Saturni den 2 Julij 1636)
In saken Henrici Conradi als volmacht van Gretien Peters verdaget hebbende Boele Wijrts om reden te geven van sodane anteickeninge als hij tot haer nadiel op de koopschatspenningen van de verkoffte 31 grasen landts tot Eesinge hadde bestuirt. De Gedagede allegerende dat hij uijth Roeleff Peters goederen sijnde sijn principael debiteur, niet konende worden betaelt op d'Impetrante als borge waer sprekende, d'Impetrante replicerende dese brieff niet opgesecht te sijn ende dat de Gedagede sijn betalinge uijth Itien Brants goederen wel konde bekomen mit wijderen hinc inde hebben d'hh hoofftmannen den Impetrant geordonneert ad proximam ten principael te disputeren (HJK 867, Fol. 313v, Saturni den 19 novemb: 1636)
Also Jacob Sigers voor hem ende Daniel Nijenborch verclaerde te desisteren van haere anteickeninge op de 31 grasen landes tot Eesing so Claes Boom ende Philips van Bemmelen affgegaen ende bij Itien Brants gekofft waren. Is dit alhijr in actis getekent om te strecken na behooren (HJK 867, Fol. 321v, Saturni den 26 Novemb: 1636)
Also Jacob Sigers voor hem ende Daniel Nijenborch [ca. 1589-1639, tr. 1619 Grietien Jans Mabe] verclaerde te desisteren van haere anteickeninge op de 31 grasen landes tot Eesing so Claes Boom [tr. Hilletyn Pieters Pauw] ende Philips van Bemmelen [tr. Gesyen Pieters Pauw] affgegaen ende bij Itien Brants gekofft waren. Is dit alhijr in actis getekent om te strecken na behooren (HJK 867, Fol. 321v, Saturni den 26 Novemb: 1636)
Tuischen de creditoren van Claes Boom ende Philips van Bemmel wegen haere respective huisfrouwen ende derselver suster Greetien samot der voorstanderen harer minderiarige Broeders Hindrick ende Eise Pieters questieus over de preferentie tot de voorschr debitoren coopschats penninge so geprocedeert zijn van sekere 31 grasen landts tot Eesing ende van de kooper Itien Brants alhijr in rechts handen geconsigneert contenderende Boele Wijrts daer toe geprefereert te wesen mit 56 dalers als rest van een brieff in dato den 9 Aprilis 1635 Itien Brants ende Jantien Remmerts als borge voor deselve pro interesse versoekende Borge van de voorschr debitoren als verkoperen der gemelten landen voor vrije leveringe ende waringe in achtervolg sententie van den 28 Maij 1636, Focke Jacobs ende Claes Drewes tot Garmerwolde contendeerden tot preferentie mit hare versegelinge van 1050 dalers in dato den 23 Maij 1620 als starffhuijs schulden van zal Peter Hindricks, Luitien Harckens op Philips van Bemmelen mit 306 gls 12 st 4 pl boeckschulde, Fennetien Vinckenborch mit een papijren obligatie waer voor Peter Hindricks sick als borge hadde ingelaten, ende Itien Brants versoekende preferentie wegen misleveringe van een halff gras landes so an hem verkofft ende Doe Dercks toe behoorich solde zijn, mitsgaders wegen wanleveringe der jaermalen contenderende tot refusie van huir ende geschenck ...( HJK 868, Fol. 349, veneris den 20 octob: 1637)
Also de E Henricus Conradi verclaerde sick als Borge in te laten voer sodane penningen als Greetien Peters Pouw geaccordeert sijn uijth handen van den heer Lieutenant van de coopschatspenningen van haer ende haer broeders ende susters heert landt bij Itien Brants toe Esinge gekofft ... (HJK 874, Fol. 294, Veneris den 25 Augusti 1643)
Op de zijlschotoverzichten van 1640, 1641 en 1643 staat Ite Brants nog steeds als gebruiker van Zuiderweg 11 met 31 grazen land.